Fitness legendes

In het derde en laatste deel van onze reeks over de geschiedenis van fitness bekijken we de kleurrijke pioniers en innovatoren die belangrijk zijn geweest voor de ontwikkeling van de hedendaagse fitnessbranche.

De schaduwen van ons verleden – Legendes die niet moeten worden vergeten

Deel III – De Fitness Legendes

Introductie

Babe Ruth, een van de meest aandoenlijke honkbal legendes, werd ooit gevraagd over het verschil tussen een held en een legende, waarop hij antwoordde: “Helden worden herinnerd, maar legendes sterven nooit.”

Het citaat zelf is al legendarisch geworden en wordt vaak gebruikt door mensen die toekomstige generaties proberen te inspireren. Wat bedoelde de Babe toen hij zei dat legendes nooit sterven? Ik denk dat hij het had over de blijvende kracht van legendes als symbolen van hun cultuur, van hun onverstoorbare en continue invloed op de ziel van degenen die in hun voetsporen treden, en tenslotte hun vermogen om aan een cultuur vast te houden tijdens constante veranderingen.

We bespreken hier een paar invloedrijke fitness legendes uit het verleden.

Fitness legendes – Pre-moderne tijdperk

Hippocrates (460 v.C. – 375 v.C.).

Hippocrates wordt gezien als de vader van de geneeskunde, voornamelijk omdat het relateert aan de ethiek van geneeskunde zoals opgesteld in de Eed van Hippocrates. Hoewel historici het niet eens zijn over de ware omvang van de prestaties van Hippocrates, blijft zijn legende, gebaseerd op verhalen en mythen, de moderne ethische praktijken van geneeskunde beïnvloeden. Een vakgebied dat vaak wordt vergeten maar dat ongelooflijk belangrijk is voor de fitness wereld, was zijn invloed op sport en voeding als medicijn. Onder de talloze citaten die aan Hippocrates worden toegeschreven, springt er een uit op het gebied van de principes van sport en voeding als medicijn: “Als we ieder individu de juiste hoeveelheid voeding en lichaamsbeweging konden geven, niet te weinig en niet te veel, zouden we de meest veilige manier richting gezondheid hebben gevonden.” Deze wijze woorden zijn vandaag de dag even waar als meer dan 2.000 jaar geleden, en herinneren ons aan de rol die lichaamsbeweging en voeding spelen in het bevorderen van onze gezondheid. Ook wordt de uitvinding van de medicijnbal toegeschreven aan Hippocrates.

Frederick Ludwig Jahn (1778 – 1852)

Historici op het gebied van lichamelijke opvoeding verwijzen vaak naar Frederick Ludwig Jahn als de vader van de moderne gymnastiek. Hij is de ontwikkelaar van Turn, een sportclub op basis van gymnastiek. Jahn creëerde de paardvoltige brug met gelijke leggers, horizontale barren, springblokken en de ladder. Al deze onderdelen werden in die tijd enorm populair. Veel van zijn innovaties worden vandaag de dag ook nog vaak gebruikt in zijn functionele trainingsprogramma’s. In 1811 richtte hij de Public Turn Platz op, die beschouwd wordt als ‘s werelds eerste fitness- en gymnastiekclub.

Pehr Henrik Ling (1776 – 1839)

Ling wordt vaak de vader van de Zweedse gymnastiek genoemd (oorspronkelijk Zweedse Pedagogische Gymnastiek genoemd); een trainingsbenadering met vier kernprincipes – medisch, militair, pedagogisch en esthetisch. Naast de Duitse gymnastiek was de Zweedse gymnastiek een van de twee fitness trainingsbenaderingen die door trainers en sportscholen in de 19e eeuw werden gebruikt. Ling’s fitness training wordt ook gezien als de oorsprong van chiropractische en osteopathische geneeskunde. Zijn trainingsbenadering integreerde ook mind-body praktijken, gevechtstraining, bewegingen met lichaamsgewicht en het gebruik van materialen zoals dumbbells, medicijnballen en kettlebells.

Catherine Beecher (1800 – 1878)

Catherine Beecher was beroemd vanwege haar bijdrage aan het bevorderen van sporten en voeding voor vrouwen. Beecher was mede-oprichter van haar eerste club voor vrouwen in 1823, de Hartford Female Seminary in Hartford, Connecticut. In haar functie bij de Hartford Seminary introduceerde ze calisthenics oefeningen voor vrouwen. In 1831 schreef ze een essay met de titel, “A Course in Calisthenics for Young Ladies,” waarin ze haar benadering van sporten voor vrouwen uiteenzette. Twee jaar later opende ze met haar vader het Western Female Institute, waar ze haar innovatieve calisthenics oefeningen voor vrouwen verder ontwikkelde met weerstandsoefeningen met lichte gewichten en meerdere reps, bijna altijd op muziek. In 1856 schreef ze een boek genaamd Physiology and Calisthenics for Schools and Families, waarin ze haar stijl van gymnastiek voor vrouwen uitlegde. Beecher’s calisthenic oefeningen waren baanbrekend en zorgden ervoor dat ze in vele kringen werd gezien als de grondlegger van Amerikaanse gymnastiek voor vrouwen.

Leo Durlacher (1844 – 1924)

Durlacher, ook bekend als Professor Attila, wordt door velen gezien als de eerste master trainer en krachtcoach. Professor Attila trainde veel van de bekendste krachtsporters aan het einde van de 19e en het begin van de 20e eeuw. Attila richtte zijn eerste club op in Brussel in de jaren 1880. Daarna opende hij een tweede sportschool in Londen, en richtte tenslotte in 1894 de Professor Attila’s Athletic Studio and School of Physical Culture op in New York. Attila is de bedenker van de Globe barbell, de Roman chair en de Roman column. Hij werkte ook als personal trainer voor de beroemdheden van die tijd, waaronder Louis Cyr (een Canadese strongman en eenmalig ‘s werelds sterkste man), Gentleman Jim Corbett (eenmalig wereldkampioen boksen in het zwaargewicht), Cornelius en Alfred Vanderbilt, J.P. Morgan Jr., Baron Rothschild, John Philip Sousa, Alexander III, de Tsaar van Rusland, Koning Edward VII van Engeland, Koning George van Griekenland en Koningin-moeder Alexandra van Engeland. Professor Attila wordt door velen gezien als een van de eerste voorvechters van progressieve weerstandstraining voor vrouwen en ouderen.

Attila's Studio of Physical Culture

Dr. Dudley Allen Sargent. (1849 – 1924)

Dudley Sargent kan gezien worden als de “vader” van ‘evidence-based’ lichamelijke opvoeding, evenals de voornaamste voorvechter van trainingsmachines met variabele weerstand. In 1879 werd hij benoemd tot Assistant Professor van lichamelijke opvoeding aan Harvard en Director of Hemenway Gymnasium aan Harvard. Hij richtte een privé sportschool op in Cambridge genaamd de Sanatory Gymnasium, gericht op oefeningen voor vrouwen van de Harvard Annex (wat later Radcliffe werd).

Sargent ontwierp zijn eigen materialen, soms in samenwerking met de Zweedse fysieke culturist en arts Gustav Zander. Op Harvard creëerde hij naar schatting 36 verschillende weerstand pulley machines, waaronder de Chest Pulley, Abdominal Pulley en talloze andere machines. Hij wordt gezien als de bedenker van de pulley systemen (verstelbare schijven aan pulleys) die tegenwoordig in vrijwel iedere sportschool ter wereld te vinden zijn. Veel van de oefeningen die hij voor zijn pulley machines ontwierp, zoals de woodchop, worden in vele functionele trainingsprotocollen van vandaag opgenomen.

Eugene Sandow (1867 – 1925)

Rond 1880 ontwikkelde Sandow, een student van Professor Attila, zich tot een van de beroemdste en welgestelde strongmen in de geschiedenis van fysieke cultuur. Sandow was een strongman, entertainer, onderwijzer op het gebied van gezondheid, trainer en beroemdheid. Hij verbrak talloze records in strongman competities en wordt door velen gezien als de eerste bodybuilder. Hij ontwikkelde verschillende trainingsmaterialen, waaronder de “The Sandow Physical Training Leg Machine,” en zijn dumbbells met speciale grip. Hij schreef ook meerdere boeken, waaronder Sandow’s System of Physical Training (1894); Strength and How to Obtain It (1897); The Gospel of Strength According to Sandow (1902); en Bodybuilding by Sandow (1904). In 1897 opende hij een sportschool – The Institute of Physical Culture – die was toegewijd aan het aanbieden van geavanceerde trainingstechnieken voor aspirant-professionals op het gebied van fysieke cultuur. Hij legde de basis voor moderne bodybuilding, maar ook voor veel van de trainingstechnieken van vandaag de dag.

Bernard Macfadden (1868 – 1955)

Macfadden wordt vaak de vader van fysieke cultuur genoemd en is waarschijnlijk de meest invloedrijke fitnesspersoonlijkheid van het einde van de 19e en het begin van de 20e eeuw. In 1894 creëerde hij de Macfadden exerciser en in 1899 opende hij zijn eerste van een reeks fysieke cultuur clubs. In 1899 publiceerde hij zijn eerste uitgave van Physical Culture – een tijdschrift toegewijd aan het streven naar fysieke cultuur en gezondheid – dat tegen 1903 een oplage van meer dan 100.000 had. Het tijdschrift heeft 50 jaar bestaan en had op dat moment de langste levensduur van alle health- en fitness tijdschriften in de geschiedenis van de VS. In 1911 publiceerde hij de eerste editie van Macfadden’s Encyclopedia of Physical Culture, een publicatie die daarna zeven aparte edities zou krijgen (het ultieme boek over fysieke training).

Charles Atlas (1892 – 1972)

Atlas, geboren als Angelo Siciliano in New York, was een leerling van Bernarr Macfadden. In 1921 en in 1922 won Atlas de titel World’s Most Perfectly Developed Man. Na zijn tweede overwinning nam Macfadden Atlas onder zijn vleugels en introduceerde hij hem aan Dr. Frederick Tilney, een homeopathische arts en fysieke culturist. Samen stelden ze een trainingprogramma op over spiercontrole en isometrische tegengestelde oefeningen, uiteindelijk vormgegeven in 13 lessen. Tegen 1929 hadden de drie mannen een bedrijf in Charles Atlas Ltc, een postorder en thuisfitness bedrijf (zie het als een oudere versie van Les Mills On Demand, Daily Burn of Freeletics).

Forbes Magazine noemde Atlas een “super salesman”, maar zijn miljoenen studenten zagen hem als hun leraar, coach en persoonlijke gids richting fysieke perfectie.

Fitness legendes – moderne tijdperk

Joseph Pilates (1893 – 1967)

Joseph Pilates ontwikkelde de vloeroefeningen en oefeningen met materialen die nu naar hem zijn vernoemd en over de hele wereld in fitnessclubs en -studio’s worden aangeboden. Hij creëerde niet alleen de Pilates methode van sporten, maar bedacht ook de meeste moderne Pilates materialen. Zijn eerste weerstandstraining toestellen waren de voorloper van de moderne Pilates materialen, zoals de reforder en magic circle. Het lichaam-geest systeem van Pilates, genaamd Controlologie, was geïnspireerd door zijn interesse in Zen Boeddhisme en verschillende Oosterse praktijken.

Een vroege Pilates studio

Bob Hoffman (1898 – 1985)

Hoffman staat bekend als de “vader van het Amerikaanse gewichtheffen” en heeft een grote invloed gehad op gewichtheffen. Hoffman begon zijn carrière in 1929 met het produceren van barbells. Rond diezelfde tijd richtte hij een club voor gewichtheffen op, de York Oil Burner Athletic Club, die al snel de bakermat voor Amerika’s beste gewichtheffers werd. In 1932 richtte hij samen met een van zijn mentoren, George Jowett, het Strength and Health Publishing Company op. het bedrijf publiceerde de eerste uitgave van Strength and Health Magazine in 1932 (het tijdschrift gaf een nieuwe draai aan het oudere Britse tijdschrift Health and Strength).

In 1935 kocht Hoffman de activa van de Milo Barbell Company, ooit de marktleider op het gebied van krachthonk materialen in de VS. Tegen 1938 had Hoffman niet alleen de York Barbell Company opgericht, maar was hij ook alom bekend als de “goeroe” van fysieke cultuur en gewichtheffen in de VS. Rond 1938 zat hij in een dominante, bijna monopolistische positie op het gebied van fysieke cultuur en gewichtheffen in de VS.

Vic Tanny (1912 – 1985)

Vic Tanny kan als de vader van de moderne healthclubs worden gezien. In 1947 opende hij een nieuw soort fitnessclub in Los Angeles, een club voor de nieuwe naoorlogse middenklasse in de buitenwijken. Zijn nieuwe clubs, genaamd Vic Tanny’s, verwelkomden zowel mannen als vrouwen (die op afwisselende dagen konden sporten). De healthclubs van Vic Tanny verschilden van de andere faciliteiten in die tijd. In plaats van open ruimtes met veel materialen met gewichten, bestonden zijn clubs uit spiegels, tapijt, chroom, sauna’s, zwembaden en zalen. Zijn clubs verkochten lidmaatschappen in de vorm van contracten, waarbij consumenten de mogelijkheid hadden om een contract van zes maanden of een doorlopend contract van zeven jaar te tekenen.

Tegen 1960 was Vic Tanny’s een keten met 84 clubs en was hij daarmee de grootste healthclub in de VS, met naar schatting een miljoen leden en $24 miljoen in jaarlijkse verkopen (wat in 2020 $200 miljoen zou zijn).

Jack LaLanne (1914 – 2011)

LaLanne is mogelijk de meest invloedrijke fitness legende van na de Tweede Wereldoorlog. In 1951 presenteerde hij de landelijk uitgezonden TV show – de Jack LaLanne Show – het eerste televisieprogramma in de VS gericht op fitness. LaLanne’s show bracht fitness naar miljoenen huizen (zie hem als een enorme social media influencer voordat het Facebook of Instagram tijdperk). Iedere ochtend volgden huisvrouwen en kinderen door het hele land LaLanne’s fitness routines vanuit het gemak van hun woonkamer. In de 34 jaar daarna, tot 1985, werd Jack LaLanne het gezicht van fitness. Hij wordt gezien als de bedenker van de “Smith machine” (vernoemd naar Rudy Smith, een pionier die het op de markt bracht) en de leg extension machine. Deze twee machines zijn nu in vrijwel ieder modern fitness centrum te vinden.

Arthur Jones (1926 – 2007)

Jones was de bedenker van de Nautilus Variable Resistance Machine. Toen zijn eerste prototype, de Blue Monster, in 1970 werd geïntroduceerd, veranderde dit permanent de koers van de commerciële fitnessindustrie. Hij maakte weerstandstraining toegankelijk voor het brede publiek. Zijn bedrijf Nautilus Company werd de grootste producent van fitnessmaterialen met zo’n $75 tot 80% miljoen aan omzet aan het einde van de jaren ’70 (gelijk aan $300 tot $325 miljoen in 2020).

Jackie Sorenson (1942 – heden)

Jackie Sorenson wordt gezien als de ontwikkelaar van het moderne “aerobic dancing”, waarin gechoreografeerde dansbewegingen met “aerobic” training wordt gecombineerd. Ze kwam voor het eerst met fitness in aanraking toen ze door de luchtmacht werd gevraagd om een fitnessprogramma voor de vrouwen van medewerkers van de luchtmacht te ontwikkelen dat op TV kon worden bekeken. Vanuit deze introductie bracht Jackie haar gechoreografeerde groepsfitnessprogramma’s naar de YMCA of America. Rond 1980 was deze vorm wereldwijd een van de meest populaire manieren voor vrouwen om te sporten.

John McCarthy (1937 – heden)

John McCarthy was de eerste directeur van IRSA, tegenwoordig de IHRSA, en heeft deze positie vanaf het begin in 1981 25 jaar bekleed. McCarthy werkte met de leden van de IRSA samen om een wereldwijde brancheorganisatie op te bouwen die momenteel bijna 10.000 fitnessclubs over de hele wereld vertegenwoordigt. Na de oprichting van de vereniging, richtte McCarthy zich op het ontwikkelen van een organisatie met als kernmissie het promoten van een vereniging van fitnessclubs met een hoge kwaliteit. Door de jaren heen had McCarthy, meer dan alle anderen in de branche, een inzichtelijke visie van de toekomst van de fitness wereld. Hij zorgde ervoor dat de IHRSA een vereniging werd die de stem van de branche vertegenwoordigde, zowel in de VS als in de rest van de wereld.

Gedurende zijn 25 jaar aan het roer van de IHRSA werd hij de woordvoerder van de fitness faciliteiten branche – een branche die vandaag de dag uit meer dan 210.000 faciliteiten bestaat.

Wil je meer leren over het verhaal van de fitness industrie? Ga naar HealthyLearning.com om het volledige boek Legends of Fitness: The Forces, Influencers, and Innovations That Helped Shape the Fitness Industry te bestellen.